| Article Index |
|---|
| Jaaroverzicht 2007 – 2008 |
| De Armeense kwestie |
| Van laster tot terroristische propaganda |
| De Koerdische kwestie |
| Aanklachten tegen journalisten |
| All Pages |
Op 19 januari 2007 werd Hrant Dink doodgeschoten voor het kantoor van het onafhankelijke weekblad Agos, waarvan hij hoofdredacteur was. Ruim 100.000 burgers vulden tijdens zijn begrafenis de straten van Istanbul. De dader, Ogün Samast werd enkele uren later gearresteerd. De rechtszaak tegen 19 verdachten ging in juli 2008 in een zwaar beveiligde rechtbank van start. Later bleek dat de Turkse veiligheidskrachten vóór de dood van Dink waren gewaarschuwd dat een moordaanslag op handen was.
Toen Samast (17) gearresteerd werd, verklaarde hij dat Hrant Dink het verdiende te sterven, omdat hij de Turkse natie zou hebben beledigd. Dink is in het verleden meerdere malen veroordeeld, omdat hij de massamoord op Armeniërs ten tijde van het Ottomaanse Rijk ‘genocide’ had genoemd. Artikel 301 van het Turkse Wetboek van Strafrecht verbiedt uitspraken waarin de ‘Turkse natie/bevolking’ wordt beledigd. Dink werd op basis van dit wetsartikel in 2005 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. In september volgde een nieuwe veroordeling, omdat hij de term ‘genocide’ gebruikte in een interview met Reuters. Zijn zoon Arat en Sarkis Seropyan – eigenaar en redacteur van het tweetalige tijdschrift Agos, dat zowel in het Turks als Armeens verschijnt – kregen in 2008 1 jaar voorwaardelijke gevangenisstraf, omdat zij de tekst van dit interview in hun tijdschrift hadden gepubliceerd.
Turkije weigert de term ‘Armeense genocide’ te erkennen. In 1915 jaar werden naar schatting honderdduizenden Armeniërs gedood. Een kwestie die voor veel ophef heeft gezorgd, zowel in Turkije als in de EU-lidstaten. Zo dreigde Turkije Frankrijk in oktober 2006 met economische en politieke sancties in reactie op het Franse voornemen om ontkenning van de genocide strafbaar te stellen.
Artikel 301
2007 stond in het teken van vele inbreuken op de persvrijheid in Turkije. Advocaten, schrijvers, journalisten, mensenrechtenactivisten en andere personen met een kritische mening waren slachtoffer van intimidatie, bedreigingen en mishandelingen. Amnesty International registreerde een groeiend aantal aanklachten, met name als gevolg van artikel 301. Dit artikel is onderdeel van een aantal strafrechtelijke hervormingen die op 1 juni 2005 werden ingevoerd en vervangt artikel 159 van het Turkse Wetboek van Strafrecht. Sindsdien heeft het wetsartikel tot minstens 99 rechtszaken geleid. In 2007 was het artikel 55 keer aanleiding voor rechtsvervolging. De aangeklaagden zijn afkomstig uit het gehele politieke spectrum in Turkije: van liberaal tot conservatief en van seculier tot religieus.