| Article Index |
|---|
| Jaaroverzicht 2007 – 2008 |
| De Armeense kwestie |
| Van laster tot terroristische propaganda |
| De Koerdische kwestie |
| Aanklachten tegen journalisten |
| All Pages |
Naast artikel 301 stellen tal van andere wetsartikelen grenzen aan de vrijheid van meningsuiting in Turkije. Zo werden in 2007 37 personen aangeklaagd wegens laster, 23 vanwege opruiing, 14 voor het ‘belemmeren van een eerlijke rechtsgang’, 8 voor het opzetten van de bevolking tegen het Turkse leger en 1 persoon vanwege lidmaatschap van een illegale organisatie. 83 Personen zijn beschuldigd van betrokkenheid bij terroristische activiteiten.
Ook stonden veel uitgeverijen en media onder druk vanwege hun berichtgeving over de positie van minderheden in Turkije. In april 2007 werden 2 Turken en 1 Duitser, werkzaam voor een christelijke uitgeverij in Malatya, vermoord. Toen hun lichamen werden gevonden, waren hun handen en voeten geboeid en bleek hun keel te zijn doorgesneden. De rechtszaak tegen de verdachten ging in november 2008 van start.
Artikel 216 van het Turkse Wetboek van Strafrecht – dat opruiing verbiedt – en artikel 7 van de Anti-Terreurwet – dat ‘terroristische propaganda’ strafbaar stelt – zijn volgens Amnesty International op een ‘arbitraire en op restrictieve wijze’ toegepast en waren aanleiding voor tientallen rechtszaken.
Hoge geldboetes
Naast gevangenisstraffen zijn hoge geldboetes een methode om uitgevers en journalisten onder druk te zetten. Iemand die hiermee is geconfronteerd, is Yakup Önal, die 10 jaar gevangenisstraf boven het hoofd hangt vanwege zijn artikelenreeks ‘Pinokkio Stories’. Mustafa Koyuncu dreigt veroordeeld te worden tot 6 jaar gevangenisstraf en een geldboete van 250.000 euro, omdat hij de politie van mishandeling heeft beschuldigd. Journalist Nurgün Balcioglu kan een geldboete van 57.000 euro krijgen vanwege een publicatie over een gepensioneerde rechter, die beweerde dat in ‘9 van de 10 moordzaken een vrouw is betrokken’.